De aanwezigheid van potentiële daders en een aantrekkelijk
en kwetsbaar doelwit verhogen de kans op criminaliteit. Daartegenover
zal juist de sociale controle die kans verlagen. Het beperken
van de fysieke toegankelijkheid voor ongewenste personen werkt
preventief tegen allerlei vormen van criminaliteit en angstgevoelens.

Om als inbraakvertragend gebouw bestempeld te kunnen worden, moet
elk bereikbaar schrijnwerkelement (vensters, deuren, garagepoort...)
een homogeen inbraakvertragend vermogen bezitten, plaatsing inbegrepen.
Het is vanzelfsprekend dat al de van buiten af toegankelijke schrijnwerkelementen
in een gebouw op een gelijkwaardige wijze beveiligd worden. Om
hieraan te kunnen voldoen, worden elementen gekozen die eenzelfde
inbraakvertraging (weerstandsklasse, WK) bezitten.
Op het gebied van beveiliging geldt: de ketting is zo sterk als
de zwakste schakel. De preventieve waarde van een maatregel wordt
mede bepaald door de aanwezigheid van andere, daarmee samenhangende,
maatregelen. Zo heeft het beveiligen van een voordeur weinig zin
als het raam ernaast eenvoudig te openen is.
Dit typebestek is er op gericht om het de “amateur”
inbreker zo moeilijk mogelijk te maken. Het gereedschap gebruikt
in de Europese norm is vanaf WK 3 te veelzijdig om nog binnen
de gereedschapsset van de “amateur” inbreker te behoren.
Daarom wordt de nadruk gelegd op de eerste twee weerstandsklassen.
Sommige fabrikanten hebben in hun gamma bouwdelen (vb ramen,
deuren...) die getest zijn volgens de Europese normen 1627 –
1630. Indien dit het geval is, hebben deze deuren en/of ramen
de voorkeur op niet geteste deuren en/of ramen. Indien de deuren
en/of ramen getest zijn, kan dit typebestek als controle dienen.
Eventuele uitbreidingen aan de standaard deuren en/of ramen kan
men overwegen.
Het typebstek is opgesplitst in 2 delen.